1. Voor de opname

Hieronder een klein deel uit het boek “Effe zonder ouders”, hoofdstuk 1. “Voor de opname”.

In dit hoofdstuk komen kinderen aan het woord die vertellen hoe het is als je nog thuis bent en hoort dat je naar een groep moet voor een behandeling, en daar ook gaat slapen.

Waarom ik wel en mijn broertje niet.

We hebben veel ruzie thuis. Dat vind ik vervelend. Daar word ik verdrietig van. Ik word druk als ik boos ben.

Het is wel eens gebeurd dat mijn broertje tegen me zei dat ik verliefd was op iemand. Dat was niet zo. Toen pakte ik hem zachtjes bij zijn arm en zei: “Kun je ophouden?” Hij zei: “Nee”, en ging op de grond liggen nep-huilen en zei tegen mama: “Benchy heeft me op de grond geduwd.” Ik doe soms ook wel iets maar ik krijg ook heel vaak de schuld als ik niets gedaan heb.

Thuis voel ik me meestal niet blij. Ik wil graag leren beter te overleggen en niet meer zoveel boos zijn.

Copyrights © 2012 by Margret Derks-Schlepers.

Lees hier verder een deel uit hoofdstuk 2. “De kennismaking”.

Bestellen

De gecombineerde uitgave van de boeken “Effe zonder ouders” en “Het water tot aan de lippen” kunt u bestellen via deze pagina.